Geschreven door Saskia van Velzen.

Lilly & June en de lachjuf

Lilly en June zijn zusjes. Samen zitten ze in dezelfde saaie combinatieklas, tot op een dag alles verandert. Er staat een lachjuf voor de klas.

De avonturen die ze beleven worden beschreven in het kinderboekje dat nog moet gaan verschijnen.

Helaas is er nog niet meer, maar het volgt. Wil je op de hoogte gehouden worden? Stuur een mailtje naar vjb@voeljeblij.nl en ik zet je op de lijst met belangstellenden.

Voorproefje

12  Gelukkig. Het is weer maandag!

Joepie, we mogen weer naar school, roept Lilly blij als ze ’s morgens beneden komt. ‘Nou, dat klinkt wel heel anders dan vorige week Lilly,’ zegt mama. June komt ook net zo vrolijk als Lilly naar beneden springen. Zij heeft er ook heel veel zin in. Ze kijken allebei uit naar de nieuwe oefeningen die ze zullen gaan leren.

‘Vandaag gaan we er in sneltreinvaart doorheen’, zegt de lachjuf. ‘We hebben veel te doen. Floortje,’ wijst ze, ‘wat is de eerste stap?’ ‘Dat hebben we al gedaan juf, dat is het applaus,’ antwoordt Floortje. ‘Goedzo,’ zegt de juf. ‘Thomas, wat is de tweede stap?’ ‘Ho-ho, ha-ha-ha,’ antwoord Thomas. ‘Ook heel goed,’ zegt de juf. ‘Kom, aan de slag!’ De kinderen beginnen in hun handen te klappen en te zingen. Het is al snel een dolle boel in de klas. De kinderen lopen in een rijtje tussen de tafeltjes door. Het lijkt wel een polonaise. ‘Hoooo,’ zegt de juf en terwijl ze met haar handen naar beneden zwaait worden de kinderen rustiger.

‘Wat is de laatste van deze stappen?’ vraagt de juf. ‘Ademhalen juf,’ zegt Sara. ‘Weer heel goed,’ zegt de lachjuf terwijl ze haar duimen omhoog steekt. ‘Wie wil het voordoen?’, vraagt ze aan de klas. ‘Vincent, jij mag het doen,’ wijst ze naar Vincent die zijn vinger omhoog steekt. ‘Adem in,’ zegt Vincent terwijl hij tegelijkertijd zijn armen omhoog beweegt. Alle kinderen in de klas volgen zijn beweging nauwgezet. ‘Zeg aaaaaah,’ als je uitademt. Terwijl hij dit zegt bewegen zijn armen weer naar beneden. In de hele klas klinkt een diepe en toch vrolijke zucht als twintig paar armen naar beneden bewegen. ‘Nog een keer maar dan ademen we uit met ha-ha-ha,’ zegt Vincent terwijl hij zijn armen al weer omhoog beweegt. De kinderen volgen en even later klinkt het schaterende ‘hahaha’ als alle kinderen uitademen en zichzelf als lappenpoppen met hun hoofd naar de grond laten hangen. Er volgt een derde keer en dan neemt de lachjuf het weer over. ‘Wat zeggen we dan?’ vraagt ze. Terwijl ze veertig duimen omhoog steken roepen alle kinderen ‘goed, heel goed, jeah!’

‘Het is weekend geweest dus ik dacht dat jullie alles wel vergeten zouden zijn. Maar dat valt reuze mee. Weten jullie dan ook nog welke lachoefeningen we hebben gedaan vorige week?’ vraagt de lachjuf aan de klas. Weer gaan er heel veel vingers omhoog. ‘Lilly, welke weet jij nog?’ vraagt de juf. Lilly antwoordt: ‘de telefoonlach, juf. We hebben bij oma heel erg gelachen toen mijn vader opbelde en June de telefoon opnam met hahaha’. ‘Dat is grappig Lilly,’ zegt de juf. ‘We gaan oefenen. Loop maar rond en doe de telefoonlach’.

Na de telefoonlach volgen er nog de handenschudlach en de kiekeboelach. En dan is het tijd voor iets nieuws. ‘Soms is het nodig om de lach eerst te starten. Jullie lachen fantastisch, maar niet iedereen kan dat zomaar. Dus dan starten we de lach. Daarvoor hebben we twee varianten en we doen ze vandaag allebei,’ vertelt de lachjuf. ‘De eerste kun je doen waar je nu staat. Je doet alsof je aan een touwtje trekt die een motor aan slingert, zoals die van een motorboot. Tegelijkertijd zeg je ‘hahahaha’. Maar natuurlijk lukt het de eerste keer niet. Dus ook je ‘hahaha’ stopt weer. Dan doen we dat nog een keer en bij de derde keer lukt het. Je armen gaan dan wijd uit elkaar en je lacht net zolang door totdat je echt niet meer kan.’

De kinderen gaan er eens goed voor staan. ‘Kijk uit dat je niemand in zijn ogen raakt,’ waarschuwt de lachjuf nog. En dan gaan ze van start. Tegelijkertijd trekken ze aan niet zichtbare touw van de motor en roepen ze ‘hahahahaha’.  Dan wordt het weer stil. Een tweede keer klinkt in de klas het ‘hahahaha’. Het wordt weer stil. Maar de derde keer staan ze allemaal met wijd open armen heel hard te lachen totdat ze niet meer kunnen. ‘Nog een keer, maar nu met je andere hand,’ roept de lachjuf. De lach wordt voor de tweede keer gestart.

‘Ok, deze is leuk. Maar de volgende vind ik zelf nog veel leuker,’ zegt de lachjuf. ‘Hiervoor hebben we de hele klas nodig. Pas op dat je niet over elkaar heen rijdt.’ ‘Huh, wat bedoelt ze,’ denken de kinderen. ‘Ga op je favoriete motor zitten.’ Terwijl ze dit zegt doet de juf alsof ze een been over een hele grote motor slingert en ze erop gaat zitten. Ze leunt een beetje naar voren en pakt het onzichtbare stuur vast. ‘Het kan zijn dat je er zo een wil met een heel hoog stuur, of je wil juist een hele snelle en dan leun je helemaal voorover. Het maakt niet uit, als je het maar de leukste motor van dit moment vindt.’ De kinderen doen nu dezelfde beweging. Ze stappen op hun favoriete motor en houden het stuur goed vast. ‘Nu gaan we starten, maar dan met de hand natuurlijk. We bewegen gelijk een beetje naar beneden, alsof je motor echt heel ongeduldig is. En na de derde keer rijdt hij weg! Pas dus goed op dat je niet over elkaar heen rijdt,’ waarschuwt de juf nogmaals. De kinderen snappen nu wat ze bedoelt. ‘Daar gaat ie!’. De eerste ‘hahaha’ klinkt al grommend en de tweede nog meer. De kinderen staan op het punt van weg racen, dat is duidelijk te zien. Na de derde keer is het meteen chaos in de klas. Iedereen rent door elkaar heen met de handen voor zich, alsof ze een stuur vasthouden. Thomas en Vincent liggen al dubbel van de lach, die hebben er een tweespan van gemaakt terwijl Sara bij Lilly achterop is gesprongen. Ze eindigen met een ‘goed, heel goed, yeah!’.  De juf herhaalt dit drie keer voor er echt weer rust is.

Als de lachjuf weer met een grote zwaai van haar arm verdwenen is en de kinderen eindelijk achter hun tafeltjes zitten dan geeft hun eigen juf onverwacht een rekentoets. In plaats van het gebruikelijke protest blijft het nu rustig. Lilly is zelfs wel een beetje nieuwsgierig of het lukt.  Van de tien vragen blijkt ze er negen zomaar goed te hebben. Het lijkt wel of haar hersens beter werken. Ze kan helderder denken en het is net of de antwoorden zomaar in haar hoofd opkomen. De juf valt het ook op. ‘Fijn, Lilly,’ zegt ze. ‘Lekker als het zo goed gaat he.’ Lilly kijkt er blij van.

 

Boek de LOL van het Lachen

Het nieuwe boek van Saskia van velzen

Lachen is goed, goed lachen is beter. Onze natuurlijke lach hangt af van veel factoren, het heeft een aanleiding nodig om op gang te komen. Er moet een grap gemaakt worden, iemand moet iets geks doen of er gebeurt iets onverwachts. Maar deze lach duurt maar even en is niet genoeg om al die positieve effecten te ervaren die de lach je kan brengen. De LOL van het Lachen draait het om en nodigt je uit te starten met de lach.

De prijs van € 19,95 is maar een fractie van de waarde die je terugkrijgt als je de lach in je leven toelaat.

144 motiverende artikeltjes over de lach, aangevuld met waardevolle informatie, foto’s, plaatjes en film op de website, helpen jou jouw unieke lach meer naar buiten te brengen. Je krijgt meer lol in je leven, je ontspant gemakkelijker en je vriendschappen verdiepen. Veel plezier met het lezen van dit boek.

Het boek is voorlopig alleen als pdf te verkrijgen. Verschenen in november 2016.

Bestel nu en start meteen!

Boek de LOL van het Lachen

 

€ 19,95 voor (e)boek + website

 

© Saskia van Velzen, november 2016